Betaalbaar Pensioen. Simpel geregeld.

Simpelpensioen.

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Z
A

Actieve deelnemer

De werknemer die in dienst is en pensioen opbouwt in een pensioenregeling.

Afkoop

Bij afkoop worden de pensioenaanspraken in één keer uitgekeerd. De pensioenwet verbiedt afkoop in vrijwel alle gevallen. Alleen voor een klein ouderdomspensioen geeft  de wet een uitzondering.

Algemene nabestaandenwet ( Anw )

De overheid  verstrekt een basisuitkering als  je partner komt te overlijden. Er gelden wel een aantal voorwaarden.  Eén daarvan is dat je een kind van onder de 18 jaar moet verzorgen om een uitkering te krijgen. De uitkering is maximaal 70% van het netto minimumloon.

AOW

Afkorting van de Algemene ouderdomswet.  De AOW is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Het ouderdomspensioen gaat in vanaf de pensioendatum en loopt door tot je dood. Vanaf 2013 gaat de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog naar 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023.

AOW-franchise

Zie: franchise

AOW-hiaat

Per 1 januari 2015 zal de partnertoeslag aan AOW’ers met een partner die jonger is dan 65 jaar komen te vervallen. Hierdoor kan het gezamenlijk inkomen tijdelijk lager worden. 

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Aanvulling op een wettelijke uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Voor werknemers is er de WIA – Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De aanvullenden uitkering eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.

Aspirant deelnemer

De werknemer die nog niet aan de voorwaarden voldoet om deel te mogen nemen aan de pensioenregeling. Wel kan op risicobasis een nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen worden verzekerd. Met ingang van 2008 mag hiervoor geen wachttijd meer worden gehanteerd.

B

Bedrijfspensioenfonds

Pensioenfonds dat de pensioenregeling voor een gehele bedrijfstak uitvoert. In principe vallen alle bedrijven uit deze bedrijfstak hieronder en hiermee vaak ook alle werknemers die er werkzaam zijn.

Begunstigde

Dit is de persoon die recht heeft op toekomstige uitkeringen van pensioen.

Beleggen

Geld in waardepapieren – aandelen of obligaties – met het doel om de waarde te behouden of te vergroten.

Beleggingsbeleid

Een pensioenuitvoerder is verplicht op prudente wijze te beleggen. Dat wil zeggen dat aan de ene kant de beleggingsrisico’s zo laag mogelijk worden gehouden en aan de andere kant wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk rendement op de beleggingen.

Beleggingsfonds

Het geld in uw pensioenregeling wordt door de pensioenuitvoerder in fondsen naar keuze belegd. Afhankelijk van de leeftijd wordt een deel in obligaties en een deel in aandelen belegd. Hoe jonger de werknemer, des te groter het percentage dat in aandelen wordt belegd. Standaard wordt ruim voor de pensioendatum het aandelenrisico geleidelijk aan afgebouwd.

Bereikbaar pensioen

Het pensioen dat je krijgt  als je tot je pensioenleeftijd blijft deelnemen.

C

Carenzperiode

In deze periode aan het begin van een verzekering hoeft de verzekeraar niet uit te keren als bij aanvang van de verzekering blijkt dat iemand al ernstig ziek was , het zogeheten ‘brandend huis’ risico.

Collectief pensioen

Collectief pensioen is een regeling die de werkgever treft voor zijn werknemers.

Commissie Gelijke Behandeling

Als je denkt dat je voor pensioen ongelijk wordt behandeld ten opzichte van je collega, dan kun je terecht bij de CGB om daar te laten toetsen of dit inderdaad het geval is.

D

Deelnemer

De werknemer die meedoet aan de pensioenregeling en voor wie pensioenrechten worden opgebouwd.

Deelnemingsjaren

Het aantal gewerkte jaren waarover je pensioen hebt  opgebouwd. 

Deeltijdpensioen

Een werknemer gaat in deeltijd werken en laat het pensioen gedeeltelijk ingaan.

Dekkingsgraad

Dit geeft bij pensioenfondsen aan hoeveel vermogen er aanwezig is  tegenover de pensioenverplichtingen.  Bij 150 euro vermogen en 100 euro verplichtingen is de dekkingsgraad 150%. Een dekkingsgraad beneden de 100% betekent dat een pensioenfonds tekort komt.

Drempelperiode

Zie wachttijd.

E

Echtscheiding

Ingeval van echtscheiding kan je ex-partner recht hebben op een deel  van  je opgebouwd pensioen. Als partijen zelf daar niets over hebben afgesproken, geldt de Wet Verevening Pensioenrechten.

Eigen bijdrage

Het deel van de pensioenkosten dat de werknemer zelf betaalt voor de opbouw van zijn pensioen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.

Eindloonregeling

De hoogte van je pensioen wordt berekend aan de hand van je salaris en het aantal dienstjaren. De meeste eindloonregelingen zijn inmiddels vanwege de hoge kosten omgezet naar goedkopere pensioenregelingen.

F

Factor A

Ieder jaar ontvang je van de pensioenuitvoerder een opgave van de pensioenaangroei. Je hebt deze opgave nodig om je jaarruimte voor de lijfrenteaftrek uit te kunnen rekenen.

Flexibele pensionering

Het is mogelijk om eerder te stoppen met werken en alvast je pensioenuitkering te laten ingaan. Wel verschilt dit per werkgever, informeer daarom bij je werkgever of flexibel pensioen mogelijk is.

Franchise

Je krijgt na je 65e een AOW uitkering. Met deze uitkering wordt rekening gehouden bij de pensioenopbouw. Het franchisebedrag verschilt per jaar omdat ook de AOW jaarlijks verandert.

G

Gematigde eindloonregeling

In tegenstelling tot de eindloonregeling worden salarisstijgingen in de laatste jaren voor de pensioendatum niet meer over alle dienstjaren meegenomen. Deze regeling kan in verband met verboden onderscheid op grond van leeftijd niet meer zonder risico’s worden gevoerd.

Geregistreerd partnerschap

Een bij de burgerlijke stand geregistreerde partner wordt voor de wet gelijkgesteld met een gehuwde.

Gewezen deelnemer

Als je deelname aan de pensioenregeling stopt omdat je niet langer bij het bedrijf werkzaam bent, dan ben je een gewezen deelnemer. Je houdt recht op wat je aan pensioen hebt opgebouwd. 

H

Halfwezenuitkering

De uitkering aan de vader, moeder of verzorger van het kind jonger dan 18 jaar als één van de ouders is overleden. Een en ander is geregeld in de Algemene nabestaandenwet.

Hoog/laag constructie

Je kunt kiezen om vanaf de pensioendatum eerst tijdelijk een hoger pensioen en daarna een lager pensioen te krijgen. Of andersom. Het verschil tussen het hoogste en het laagste pensioen moet binnen een bepaalde grens blijven.

I

Indexering

Soms wordt pensioen verhoogd met een loon- of prijsindexcijfer. Indexering is vrijwel altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat de pensioen alleen worden verhoogd als er ook daadwerkelijk geld daarvoor genoeg aanwezig is.

Inflatie

Je geld wordt in de tijd steeds minder waard als je kijkt wat je er mee kunt kopen. Je spreekt dan van prijsinflatie. Je hebt ook de looninflatie, ook hier kun je steeds minder kopen voor hetzelfde loon. 

Inleg

Dit is je pensioenpremie die eventueel na aftrek van kosten wordt gebruikt voor de opbouw van je pensioen.

Inlooprisico

Het risico dat een uitkering moet worden verstrekt aan één of meer werknemers die bij ingang van de collectieve verzekering al bestond. In sommige verzekeringscontracten wordt dit risico uitgesloten.

Invaliditeitspensioen

Zie ook: abeidsongeschiktheidspensioen

J

Jaarruimte

Als blijkt dat er in enig jaar weinig pensioen wordt opgebouwd, biedt de belastingdienst de ruimte om privé door middel van lijfrenteaftrek een extra storting te doen om pensioen aan te vullen.

K

Kapitaaldekkingstelsel

Wij sparen onze pensioenen bij elkaar. Dit geldt voor alle Nederlandse ouderdomspensioenen behalve de AOW die op omslagstelsel wordt gefinancierd.

Keuzerecht

Je hebt het recht partnerpensioen en of ouderdomspensioen tegen elkaar uit te ruilen zodat de ene uitkering hoger wordt en de ander lager. Als het partnerpensioen op risicobasis ( zie: partnerpensioen op risicobasis ) is verzekerd is er geen mogelijkheid om partnerpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen.

L

Life cycle

Dit is de beleggingsvorm waarbij je pensioenpremie wordt belegd op basis van de leeftijd die je hebt bereikt. Des te dichter je pensioendatum nadert des te minder risico je met je beleggingen gaat lopen.

Lijfrentepremieaftrek

Als je privé spaart voor je pensioen mag je de premie voor deze verzekering onder voorwaarden als lijfrenteaftrek in mindering brengen op je inkomen zodat je minder belasting hoeft te betalen. De uitkering te zijner tijd wordt dan wel belast.

M

Medezeggenschap

Deelnemers aan de pensioenregeling hebben in een verzekerde regeling niet altijd rechtstreeks zeggenschap dat wil zeggen invloed kunnen uitoefenen als er beslissingen worden genomen. Toch is er wel via de Ondernemingsraad het recht om geïnformeerd te worden als er belangrijke beslissingen met je pensioen worden genomen.

N

Nabestaandenpensioen

Verzamelnaam voor partner- en wezenpensioen.

Niet actieven

Hiermee worden bedoeld de werknemers die inmiddels de dienst hebben verlaten of met pensioen zijn gegaan.

O

Obligaties

Bijvoorbeeld een bedrijf heeft geld nodig, wil dit in de markt lenen en geeft daarvoor een schuldbewijs af die je kunt kopen. Je krijgt dan een rentevergoeding en aan het einde van de looptijd krijg je de hoofdsom weer terug. Des te risicovoller de obligatie, des te hoger vaak de rentevergoeding.

Obligatiefonds

Een obligatiefonds belegt in allerlei soorten van obligaties. Hiermee wordt een stabiele stroom van inkomsten verkregen. De koerswaarde van de obligaties beweegt tegenovergesteld aan veranderingen van de kapitaalmarktrente.

Omkeerregel

Voor pensioen worden de door de werkgever betaalde premies niet tot het salaris gerekend. Dus daarover hoef je geen belasting te betalen. Daarentegen is de uitkering als je met pensioen gaat wel belast.

Onderbrengingsplicht

Op grond van de Pensioenwet mag een werkgever geen pensioentoezegging doen zonder hiervoor een overeenkomst te sluiten met een pensioenuitvoerder. De pensioenuitvoerder zorgt ervoor dat de pensioentoezegging aan de werknemers ook daadwerkelijk is verzekerd.

Ontslagrechten

Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling omdat je bijvoorbeeld de dienst hebt verlaten, behoud je wel het recht op alle pensioen wat je hebt opgebouwd.

Ouderdomspensioen

Op de pensioendatum krijg je een levenslange uitkering. Bij overlijden stopt deze uitkering. 

P

Partnerpensioen

Zie ook: nabestaandenpensioen. Dit is het pensioen dat je partner krijgt als je overlijdt. Pensioenregelingen kennen verschillende regels waardoor niet altijd de partner een uitkering krijgt. Controleer bij je werkgever welke voorwaarden voor partnerpensioen gelden.

Pensioen

Is een verzamelnaam voor alle uitkeringen per maand of jaar die het vroegere loon vervangen. Deze uitkeringen krijg je als je de pensioendatum bereikt of eerder komt te overlijden of bij arbeidsongeschiktheid.

Pensioendatum

Dit is de datum waarop je ouderdomspensioen ingaat.

Pensioengat

Betekent dat je een pensioentekort hebt opgelopen. Het pensioengat is feitelijk het verschil tussen wat je aan pensioen hebt opgebouwd en wat het in de ideale situatie had kunnen zijn.

Pensioengerechtigde

De persoon voor wie het pensioen is ingegaan.

Pensioengrondslag

Is het deel van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd. Meestal is dit het salaris minus de franchise AOW.

Pensioenovereenkomst

De afspraken over de pensioenregeling worden in de overeenkomst tussen werkgever en de werknemer vastgelegd.

Pensioenreglement

Algemene beschrijving van de pensioenregeling. De pensioenuitvoerder stelt de tekst van het reglement op en geeft daarin onder andere aan wie de deelnemer is aan de regeling, hoe hoog de pensioenen zijn en wanneer ze ingaan.

Pensioenregister

Via mijnpensioenoverzicht.nl kun je zien wat je opgebouwde pensioenaanspraken zijn.

Pensioenrichtleeftijd

De leeftijd waarop volgens het pensioenreglement het pensioen ingaat.  Meestal is dit 65 jaar.

Pensioenuitkering

Dit is de maandelijkse of jaarlijkse uitkering die je als pensioen krijgt.

Pensioenuitvoerder

Een op grond van de Pensioenwet toegelaten bedrijfstak- of ondernemingspensioenfonds, levensverzekeraar of P.P.I. ( Pensioenpremieinstelling ) die de pensioenovereenkomst voor de werkgever uitvoert.

pensioenverevening

pensioenverevening

Bij echtscheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld.

Pensioenwet

Wet waarin regels zijn opgenomen die er voor moeten zorgen dat de pensioenen van de deelnemers veilig worden gesteld. Zowel werkgevers als pensioenuitvoerders moeten zich aan strikte regels houden.

Performancetoets

Het gemiddelde van de door een bedrijfstakpensioenfonds behaald beleggingsresultaat over een periode van vijf jaar. Als dit minder is dan 1,28 kan de werkgever vrijstelling van de verplichtstelling verlangen.

Premieovereenkomst

Een pensioenovereenkomst waarbij een premie wordt vastgesteld en waarmee een kapitaal wordt opgebouwd. Dit kapitaal wordt uiterlijk op de pensioendatum omgezet in een pensioenuitkering.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid

Wanneer je arbeidsongeschikt bent neemt de pensioenuitvoerder de premiebetaling van jou en de werkgever over waardoor je pensioenopbouw gewoon blijft doorlopen. 

Q

Q12

Met een korte vragenformulier online bepaalt u binnen vijf minuten of u in aanmerking komt voor Simpelpensioen, dé pensioenoplossing voor het midden – en kleinbedrijf. 

R

Regeling Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten ( IVA )

De IVA geldt voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Dit ben je als je minder dan 20% van je loon kunt verdienen en er geen of heel weinig kans is dat je ooit weer herstelt. Je uitkering is 75% van het loon ( maximum dagloon ).

Rendement

Dit is de opbrengst van een belegging over een bepaalde periode. Het rendement wordt uitgedrukt in een percentage van de investering.

Risico-partnerpensioen

Je bent verzekerd voor een uitkering bij overlijden ten behoeve van je partner. Zodra je de dienst verlaat stopt deze verzekering waardoor je geen rechten meer aan partnerpensioen kunt ontlenen.

S

Slaper

Dat ben je als je nog niet met pensioen bent gegaan maar hebt meegedaan aan een pensioenregeling die nu is gestopt. De opgebouwde pensioenaanspraken zijn dan voor je premievrij gemaakt. Dan ben je een slaper of ook wel een gewezen deelnemer.

Startbrief

Zodra je deelneemt aan de pensioenregeling ontvang je binnen 3 maanden een uitleg over de pensioenregeling waaraan je deelneemt.

Sterftetafel

Statistische gegevens over de sterftekans per leeftijd van een groep personen zoals bijvoorbeeld alle mannen of vrouwen over een periode van 2000 tot het jaar 2005.

T

Toetredingsleeftijd

De leeftijd waarop je gaat deelnemen aan de pensioenregeling. 

Traditionele beleggingen

Dit zijn aandelen en vastrentende waarde zoals obligaties.

U

Uitkeringsovereenkomst

De Pensioenwet noemt een uitkeringsovereenkomst als een van de drie pensioensystemen die een werkgever met zijn werknemer mag regelen.  Voorheen werd dit middelloon of eindloon genoemd.

Uitruil

Je mag het ouderdomspensioen als je met pensioen gaat omzetten naar een hoger partnerpensioen.

Uitvoeringsovereenkomst

Overeenkomst met betrekking tot pensioen tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder. De afspraken over de financiering en de uitvoering van de pensioentoezegging worden schriftelijk vastgelegd.

Uniform Pensioenoverzicht ( UPO )

Ieder jaar ontvangt de pensioendeelnemer een overzicht van zijn pensioenaanspraken. Voormalige deelnemers ontvangen eens in de vijf jaar een overzicht.

V

Verevening

Als het huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt door een scheiding, heeft de ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen. Dit heet verevening van pensioen. Partijen mogen overigens onderling een andere verdeling met elkaar afspreken. 

Vrijwillige voortzetting

Vrijwillige voortzetting

De werknemer die uit dienst gaat kan zijn pensioen maximaal drie jaar lang vrijwillig blijven opbouwen. Dit is dan wel voor eigen rekening.

W

Waardeoverdracht

Wanneer een werknemer van dienstbetrekking verandert heeft hij het recht om zijn opgebouwde pensioenaanspraken over te dragen naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever.

Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen ( WIA )

De WIA is een werknemersverzekering die een uitkering verzorgt aan werknemers die langer dan twee jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn.

Werkgeverspremie

Het deel van de pensioenpremie die de werkgever voor zijn rekening neemt. De werknemer hoeft over deze premie geen belasting te betalen. Zie ook: omkeerregel.

Wezenpensioen

Dit is een uitkering aan je kind(eren) na je overlijden voor de pensioendatum. Het wezenpensioen eindigt meestal op de 21 jarige leeftijd van het kind of tot 27 jaar als je kind nog studeert of arbeidsongeschikt is.

X

Xpension

Xpension adviseert Simpelpensioen als dé pensioenoplossing voor het midden – en kleinbedrijf waarbij werkgevers geen duizenden euro’s aan advieskosten willen of kunnen betalen. 

Z

Z-score

Dit is de jaarlijkse meting van de beleggingsresultaten van een bedrijfstakpensioenfonds. Het werkelijk behaalde rendement wordt aan het einde van het jaar vergeleken met het rendement van een normportefeuille. Werkgevers kunnen een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds verlaten als de beleggingsresultaten, gemeten over vijf jaar, onvoldoende zijn. 

Zie ook: performancetoets.

Zelf beleggen

Zelf beleggen betekent verantwoordelijkheid en risico’s zelf dragen. Je kunt deze verantwoordelijkheid ook overlaten aan de pensioenuitvoerder die daarvoor beleggingsdeskundigen in huis heeft. 

Zelf regelen

Dat is de essentie van Simpelpensioen. Zelf doen wat je kunt doen om de kosten te besparen. Lees meer over Simpelpensioen op onze website.

Zorgplicht

De zorgpicht op grond van de Pensioenwet houdt oa in dat de pensioenuitvoerder al hetgeen doet wat een goed huisvader betaamt. Zo zal de pensioenuitvoerder de deelnemer goed moet informeren over de risico's en de mogelijkheden en waar nodig de beleggingsvrijheid zelfs beperken.

We willen duidelijk adviseren, maar ontkomen niet altijd aan de vakterminologie. Hierbij een lijst met begrippen die we graag aan u willen verklaren.